Blog

boek recensie: Permacultuurprincipes in de natuurlijke moestuin

Posted on by wiesbrok

Het was voor mij een leuke verrassing dat ik, enige tijd geleden alweer, werd uitgekozen voor het YGGDRASIL street team. Op het landgoed Yggdrasil wordt al meer dan 20 jaar op een natuurlijke manier groenten en fruit gekweekt. Frank Anrijs heeft hier inmiddels 3 boeken over geschreven. Het laatste boek, waarover deze recensie zal gaan, samen met zijn moeder. Zij is erg thuis in de wereld van de permacultuur. Boek 1 uit de reeks heb ik van mijn goede vriend Jan gekregen, boek 2 heb ik zelf aangeschaft wegens groot enthousiasme over het eerste deel en boek 3 viel onlangs in mijn brievenbus. Ik mag er een recensie over schrijven.

Deel drie vertelt mij dat de naam Yggdrasil Es betekent. Bij de Noorse volkeren was de Es een levensboom. Ze laat zien waar stromend water is en door haar ingesneden blad dringt er relatief veel licht door tot onder de boom, waardoor onder de Es veel plantengroei mogelijk is. Midden op het terrein van Yggdrasil staat een treur-es, die al meer dan 100 jaar oud is. Bij aankoop was de rest van het terrein ongeveer kaal en de vruchtbare laag was afgespoeld. Met de juiste kennis en door grote toewijding is het landgoed omgetoverd in een groene oase.

In het boek wordt op een eenvoudige manier uitgelegd hoe bij Yggdrasil de permacultuur principes worden toegepast. Het laat zien hoe de brede theorie van permacultuur praktisch in je tuin gebruikt kan worden. Nederlandstalige literatuur toegespitst op het klimaat in onze streken. Al is ook bij Yggdrasil het antwoord op de huidige zeer zachte winters, extreme droogte, of juist incidentele zeer zware regenval nog in wording.

Je hoeft niet heel erg thuis te zijn in de wereld van permacultuur om het boek goed te kunnen lezen. Zowel de drie ethische principes als de twaalf ontwerpprincipes worden uitgebreid uitgelegd. De betekenis komt steeds aan bod en ook hoe je het principe praktisch toepast in een tuin. Daar hoef je niet perse een heel groot landgoed voor te hebben. In het boek worden projecten van over de hele wereld beschreven om bepaalde principes toe te lichten, vaak ook zijn het voorbeelden uit de praktijk van Yggdrasil. De kennis is steeds goed onderbouwd. Grappige weetjes worden gedeeld. Gedetailleerde uitleg wordt gegeven over hoe bijvoorbeeld een oorwormpotje te maken of een takkenril. Dit alles is geïllustreerd met vele prachtige foto’s. Het laatste stuk van het boek is geheel geweid aan de transformatie van Yggdrasil, wederom met als leidraad de permacultuur ontwerpprincipes. Het boek is boeiend geschreven, waardoor je je op het landgoed waant.

Door de structuur van het boek, steeds uitleg via de permacultuurprincipes, zit er veel herhaling in het boek. De principes overlappen elkaar namelijk en komen eerst algemeen aan bod, vervolgens nog eens specifiek voor Yggdrasil. Door de herhaling blijft de informatie beter hangen en het laat goed zien hoe alles met elkaar samenhangt in een natuurlijke tuin. Mocht je over een specifiek onderwerp iets terug willen zoeken, via de trefwoordenlijst ben je er zo weer.

De natuurlijke moestuin staat centraal, maar ook het inrichten van een groter terrein, (de omgeving is uiteraard van invloed op de moestuin) met houtwallen, klein fruit, een waterkering en een bos, wordt duidelijk uitgelegd. Het lezen van dit boek kan echt een bewustwordingsproces zijn. Het inspireert om in je eigen leefomgeving aan de gang te gaan de wereld een stukje mooier te maken. Door de praktische tips en handreikingen kun je gewoon ergens met iets kleins beginnen en steeds verder uitbreiden.

Momenteel is onze tuin net iets kleiner dan Yggdrasil, maar ook uit dit boek ga ik weer enkele ideeën halen om ons moestuintje te verbeteren en meer van de tuin te kunnen genieten. Wie weet treffen we in de nabije toekomst nog eens een groter landgoed om meer uit dit boek te kunnen toepassen en een stukje aarde op te vrolijken.

Grens overschreden

Posted on by wiesbrok

Vriendelijk, doch beslist attendeerde onze buurman mij erop dat er enkele planten voor zijn uitzicht stonden. Wettelijk gezien mochten ze daar niet staan, binnen ‘n halve meter van de schutting. Het groen waar hij op doelde had ik als leifruit bedoeld, dus stond ruim binnen de 0,5 meter. Er zat een kers en een perzik tussen die flink de hoogte in zijn geschoten deze zomer. Niet de meest geschikte planten als leifruit, maar ik was eigenwijs genoeg om toch eens te kijken wat er dan zou gebeuren. De buurman op de stoep dus. Hij had alles uitgezocht, vertelde hij. Er kwam een heel verhaal over een rijdende rechter, waar ik belangstellend naar luisterde, omdat ik geen flauw idee had wat ik me daar nu weer bij moest voorstellen. Aangezien hij in zijn recht stond, beloofde ik een betere plek voor de enthousiaste boompjes te zoeken. “Bomen mogen zelfs niet binnen 2 meter,” wist mijn attente buurman. Gelukkig ontdekte ik in het wetboek dat leifruit wel is toegestaan, mits het niet hoger dan de schutting groeit.
Voor de kers vond ik een nieuw stekje, naast een poot van de kippenren. Beetje bijsnoeien en we hebben er niet eens last van als we met de fiets de poort uitrijden. De perzik is naar de voortuin verhuisd. Van plaats verwisseld met een mini-kruisbes. Met wat stokjes heb ik de takken van de perzik aangezet tot een andere groeirichting. Dit omdat het boompje nog op een platte-tegen-de-muur groeistand staat en nu beter alle kanten op kan gaan groeien voor de stevigheid. De krulwilg op de hoek van de tuin mag gelukkig wel blijven staan van de buurman. Ik heb beloofd deze boom te snoeien in het voorjaar. Dan heeft gelijk de hele straat paastakken.
Ook onze pergola heeft het licht gezien in de afgelopen tijd. Met dank aan Maarten en de helpende handen van onder andere Frank, Ingrid, Toon, Sjaan. Net voor het echt hard begon te regenen en zelfs de bouwlamp niet genoeg licht meer gaf, had ik het ding afgedicht, zodat die voorlopig waterbestendig is. Tegen een van de palen groeit inmiddels een kiwi, een andere paal is van ‘n druif voorzien. Bovenop de pergola komt nog iets ter ondersteuning van het groeiend fruit. De kinderen helpen gretig mee om alle pas verplaatste planten van voldoende water te voorzien.

Lang geleden…..

Posted on by wiesbrok

Het is eventjes uitvogelen hoe dit ook weer allemaal werkt hier. De laatste verhalen zijn van 2016 zag ik net en in de tussentijd ziet de wereld er heel anders uit. Zo ook mijn leven. Indertijd was de meest bizarre situatie waarin ik meende terecht te kunnen komen, die van huisje-boompje-beestje. Je raadt het vast al, tegenwoordig woon ik dus in een rijtjeshuis, met mijn lief en onze 2 kinderen, (uiteraard een jongen en een meisje) en een auto voor de deur (die ik overigens nog steeds niet kan besturen).

Met ook de jongste naar school, breekt de tijd aan om deze website nieuw leven in te blazen. Een mooi project en wie weet waar het mij weer brengt. Helemaal huisje-boompje-beestje zijn we trouwens nog altijd niet. Daarvoor staan er net iets te veel boompjes en andere planten in de tuin, waarvan iedere vierkante cm benut wordt. Beestjes hetzelfde verhaal. Op de bloemenzee, gedurende vrijwel het hele jaar aanwezig, komen allerlei insecten af. Ook heeft mijn lief een kippenhok gebouwd waar geregeld vrolijk gekakel te horen is.

Het plan voor de voortuin is om een heel klein voedselbosje te laten ontstaan. Er staan verschillende bessenstruiken, rabarber, wilde aardbijen, allerlei kruiden en zelfs wat heuse minibomen. Met bakken en potten zijn extra hoogteverschillen aangebracht. Zo is er een bak met zeeplanten en eentje met water minnende planten. Houtsnippers bedekken een smal kronkelpad. Aan de straatkant groeit een haagje van lavendel en rozemarijn. Langs de ligusterheg, die de afscheiding vormt met de buren, staan bonenstaken met mooie rode bloemen. Japanse wijnbes en loganberry begroeien een boog aan de ingang van de tuin. In de grond zitten vele bloembollen, die in het voorjaar hun pracht laten zien. Naar de voordeur is een stenen pad. Ook is er een houten bankje, waar we graag opzitten om uit te kijken over de weelde.

De achtertuin heeft stenen afscheidingen met de buren. Ertegenaan heb ik plantenbakken gemaakt, waar nu leifruit instaat en diverse kruiden. Dan zijn er stijgerhouten plantenbakken in het midden van de tuin, die als moestuin gebruikt worden, volgens het principe van schijnbare chaos. (Hoewel in dit beginstadium echte chaos geregeld de overhand heeft.) Er staat een kas, waar dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Bij de achterwand is het kippenhok te vinden, met ook daarin weer planten, zoals een vlinderstruik, doornloze bramen, vlierbes en hop (een mannetje, oeps!). Inmiddels groeien er ook pompoenplanten over het kippenhok. Een notenboompje staat midden op het grasveld. De planten hebben de tuin bijna helemaal gevuld, maar er is nog net ruimte voor een zandbak, een zitplaats en een kinderbadje in de zomer. In de nabije toekomst gaat een pergola met kiwi’s en druiven, dit gedeelte van de tuin beschutten tegen de overvloedige zomerzon.

Hoewel er gelukkig wel meer groen te zien is in de buurt, springt onze tuin er uit qua diversiteit, wat als gevolg heeft dat allerlei diertjes er zich prima thuis voelen. Merels komen naar pieren zoeken, wat in het droge voorjaar en zomer als gevolg had dat de jonge kiemplantjes er steeds werden uitgegooid, omdat de wormen zo diep zaten. Meesjes maken nestjes; er zijn vlinders, bijen, muizen, slakken. Ook de buurtkatten weten onze tuin te vinden. Diverse insectenhotels trekken weer andere vriendjes aan. We gaan steeds meer naar een mooi organisch geheel, hoewel we nog niet echt heel veel uit de tuin hebben kunnen eten dit jaar. Door stap voor stap verbeteringen aan te brengen, gaat de opbrengst zeker omhoog en genieten van de tuin kan nu al in overvloed.

vlinders en rottend fruit

Posted on by wiesbrok

Wespen zijn er niet zoveel dit jaar. Dat zou kunnen komen omdat het eind maart nog flink gevroren heeft, toen de wespen al volop bezig waren zich klaar te maken voor het buitenleven. Wespen kunnen vervelend zijn. Intussen ruimen ze ook een hoop afval op.

Rottend fruit bijvoorbeeld. Dat is er in deze tijd van het jaar genoeg te vinden onder de vele fruitbomen die her en der staan. Appels, peren, pruimen. Wespen, vlinders en andere insecten weten er wel weg mee. Ze komen op de zoete geur van al die vruchten af, maar ook op de geur van alcohol. Ze doen zich te goed aan het sap. Aan hun komisch dolle vluchten kun je zien dat ze behoorlijk aangeschoten raken. Vooral vlinders spreiden zo een onbezonnen kleurenpracht ten toon. De alcohol doet hun coördinatie teniet en botsingen zijn aan de orde van de dag, met alle gevolgen van dien. Glinsterende vleugeltjes fladderen zonder lijfje nog een laatste stukje en landen dan tussen het gevallen fruit.

Mocht je een fruitboom in de tuin hebben, wist je dat je dan volgens de wet eigenlijk strafbaar bent op het moment dat er een vrucht onder ligt te rotten? Je bent dan een alcoholproducent. Gelukkig wordt daar niet zo letterlijk naar gekeken. Anders zou je zelf geen brood mogen bakken en kan de groenbak ook wel afgeschaft worden. Al het fruit in een eikenhouten vat met wat water gooien en er dan over een paar maanden aan de onderkant cider uit tappen, is vermoedelijk wel weer net over het randje van deze wet.

Wil je dronkenschap in het insectenrijk enigszins voorkomen, dan kun je met al dat fruit zelf ook een hoop leuke dingen doen. Jam en vruchtenmoes van maken bijvoorbeeld, om in uitgekookte potjes te bewaren voor de winter. Je kunt het fruit drogen in de zon, op een lage stand in de oven of in een droogmachine. Veel fruit kan geperst worden om heerlijke fruitsap van te maken. In een taart misstaan al die zoete vruchten ook niet. Bij veel van deze verwerkingsprocessen houd je heel wat fruitafval over. Wil je voorkomen dat hier alsnog insecten mee aan de haal gaan, dan zijn er verschillende opties, zoals de kippen verwennen of in een goed afgesloten groenbak opbergen, tot deze geleegd wordt.

Van appelschillen, klokhuizen en een enkele zoete appel, kun je bovendien vrij makkelijk zelf appelazijn maken. Net als voor het maken van cider, gaat het fruitafval eerst in een afgedekt vat. Zorg wel dat het ontstane koolzuurgas weg kan. Als het niet meer bubbelt, is alle fruitsuiker omgezet in alcohol. Vervolgens zorg je dat er zuurstof bijkomt. Op het mengsel zal een witte laag ontstaan, azijnmoer genaamd. Dit zijn micro-organismen die met behulp van zuurstof de alcohol omzetten in azijn. Fruitresten eruit en klaar is je appelazijn.

Een voordeel van het gewoon laten liggen van rottend fruit is dat de insecten dan zoveel plezier hebben in de boomgaard, dat je ongestoord ijsjes kunt eten in de rest van de tuin.

gedonder

Posted on by wiesbrok

Ineens begint het te waaien. Het overvloedige zonlicht wordt getemperd door een donker wolkendek dat aan komt snellen. Aan de dakgoot hangt een pimpelmeesje dat zijn nekje helemaal ronddraait om nog gouw wat laagvliegende insecten te vangen. Ook de zwaluwen vliegen laag achter de insecten aan.

Nu de thermische luchtdruk is gekelderd, zijn de insecten mee naar beneden gekomen. Vaak gaat het om insecten zoals tripsen. Ze laten zich meevoeren op de beweging in de lucht die ontstaat door luchtdrukverschillen, om zo steeds nieuwe voedselgewassen te kunnen bereiken. Als de vogels ze niet eerst opeten natuurlijk.

De geladen lucht laat grillige patronen zien in de wolken. Een eerste bliksemflits wordt gevolgd door een harde donderslag. Omdat het licht sneller reist dan het geluid, is aan de hand van de tijd tussen de bliksem en de donder te bepalen hoe dichtbij het onweer is. Elke drie seconden is een kilometer. Zit er meer dan negen seconden tussen, dan weet je dat het onweer nog zeker drie kilometer verderop is.

Bliksem springt van wolk naar wolk, maar kan ook op de aarde inslaan. Dat maakt onweer best gevaarlijk. Hoge plaatsen, metaal, water en elektriciteit trekken speciaal de bliksem aan, omdat ze het snelst geleiden.  In huis van de ramen vandaan, zit je dan ook het veiligst voor onweer.  Of in een gesloten  auto. Die vormt een zogezegde kooi van Faraday en voert de bliksem via de buitenkant af. In de auto kun je goed van het schouwspel dat t onweer biedt genieten.

Mocht je in het open veld door onweer worden getroffen, ga dan op je hurken zitten met je voeten zo dicht mogelijk tegen elkaar en je armen om je benen geslagen. Mocht je het droog houden, dan ben je een stuk veiliger, maar meestal vallen na de eerste donderslag al snel dikke druppels warme regen uit de lucht; de voorbode van een stortbui. Veel dieren zoeken ook een schuilplaats als het onweer losbarst, maar regenwormen komen juist tevoorschijn.  Ze ontvluchten niet alleen hun ondergelopen gangenstelsel, ook paren ze graag bovengronds onder natte omstandigheden.

Bomen bieden een slechte schuilplaats tegen onweer. Vaak trekken ze met hun hoogte de bliksem aan. Er zijn fabeltjes dat een beuk beter beschermt tegen onweer dan een eik. Dit idee is ontstaan, omdat de schade bij blikseminslag aan een eik vaak veel groter is. In tegenstelling tot de beuk heeft de eik een grove stam, waar veel water tussen de groeven komt. Bij blikseminslag kookt dit water heel snel, waardoor grote scheuren ontstaan en takken afbreken.  Langs een gladde beukenstam stoomt het water zo naar beneden, zonder extra schade aan te richten.

Onweer is niet alleen in de lucht spectaculair, de elektrisch geladen lucht zorgt voor allerlei interessante neveneffecten. Sommige micro-organismen gaan een groenig licht uitstralen, dit verschijnsel heet fluorescentie, waardoor je ineens lichtgevende stukjes rottend hout kunt vinden.

Tot slot nog een tip, mocht je je huis lekker willen luchten na een onweersbui, houd er rekening mee dat er soms heel veel muggen rondvliegen, zelfs als het nog stortregent.

zoemend plezier

Posted on by wiesbrok

Als het boven de acht graden Celsius is, op een mooie windstille dag, wagen de eerste honingbijen zich uit de bijenkorf. Dat moment hebben we al lang achter ons liggen dit jaar. De zomer is in volle gang en het is lekker warm buiten. De bijenvolkeren hebben al veel beleefd en zijn nu druk bezig een mooie wintervoorraad aan te leggen. Gelukkig staat er van alles in bloei waar bijen dol op zijn, zoals de lindeboom, klaver, mosterdzaad, boekweit, korenbloemen en phacelia. Ze verzamelen nectar om honing van te maken en stuifmeel om de bijenlarven mee te voeden.  Die larven komen uit eitjes, gelegd door de koningin. Elk bijenvolk heeft een koningin, die haar volkje bij elkaar houdt door de afscheiding van specifieke feromonen. Na de winter komen er eerst een hoop werkbijen bij. Een deel van de bijen gaat vliegen en zoekt  zogezegde waardplanten, een koolzaadveld bijvoorbeeld, waar de bijen die dag eten gaan verzamelen. Binnenin de kas zorgen andere werkbijen voor het broed en bouwen aan de raad van bijenwas. Als het heel goed loopt met het volk, zo tegen het eind van het voorjaar, komen er speciale bijen; De darren en nieuwe koninginnen. Deze nieuwe koninginnen gaan zwermen met een deel van de werkbijen. Als ze een mooie nieuwe plek gevonden hebben om te wonen, gaat de koningin op bruidsvlucht met de darren. Meestal is de nieuwe woning in een kas van een imker, die zo vriendelijk is het volkje te verzorgen, omdat hier in de natuur weinig geschikte plekken zijn voor de bijen om te overleven.

Bijenvolkjes zijn ons dierbaar. Vanwege de heerlijke honing die ze maken, bijenwas  en propolis.  Dit is een goedje met een sterke antibacteriële werking, waarmee het volkje kieren dicht en zich beschermt. Voor ons kan het weerstandverhogend werken. Ook spelen bijen een hele belangrijke rol in het bevruchten van allerlei planten, waaronder veel voedselgewassen. Het is fijn dat er tegenwoordig veel aandacht is voor de bij. Zo zijn er tussen de velden, maar ook in stedelijke gebieden, stroken gemaakt met bijenplanten, waar de diertjes naar hartenlust kunnen foerageren. Ook wordt er meer opgelet met bestrijdingsmiddelen, iets waar bijen slecht tegen kunnen.  Veel bijenplanten zijn erg mooi, dus het is leuk om er een aantal in de tuin of zelfs op het balkon te hebben. Voor een prik hoef je niet echt bang te zijn, tenzij je allergisch bent. Een bij steekt alleen in nood en dan maar één keertje.

Bijna het hele jaar door zijn er bloeiende bijenplanten te vinden. Zowel vaste planten als eenjarige. Denk voor in de winter bijvoorbeeld aan bloembollen of een toverhazelaar en in het najaar zijn er bloeiende heide en klimop, waar deze ijverige insecten hun slag kunnen slaan. Tegen de tijd dat die uitgebloeid zijn, is de temperatuur al weer flink gedaald en kruipen de bijen dicht tegen elkaar aan om te overwinteren. Met hun trillende vleugels reguleren ze te temperatuur in de kas. Etend van de honingvoorraad wachten ze op het voorjaar.

de bloem in

Posted on by wiesbrok

Zon en wolken wisselen elkaar af. Zwaluwen jagen achter insecten aan. Boomtakken schudden in de wind. Kortom, een echte Nederlandse zomerdag. Deze tijd van het jaar staan er heel wat planten in bloei. Veel insecten hebben daar plezier van. Ze komen op de nectar van de bloemen af en smikkelen deze lekker op. Intussen helpen ze mee om de planten te bevruchten. De eerste kleine pompoenen zijn al te zien. Appeltjes en peren. Naast de welkome vruchten in wording, is de kleurenpracht van al die bloemen een lust voor het oog. Veel bloemen verspreiden ook nog eens een heerlijke geur.

Momenteel staat de Lindeboom in bloei en is de lucht bezwangerd van de zoete geur. Tijdens een avondwandeling kunnen we genieten van het aroma  dat de Linde verspreidt, maar wist je dat je ook heerlijke lindebloesemthee kunt zetten? Je overgiet de verse bloemen met kokend water voor een rustgevend aftreksel , wat tevens verzachtend voor de keel is. Als je langer van lindebloesemthee wilt genieten, droog dan de bloemen op een warme, donkere,  goed geventileerde plek. Een andere manier om het zoete aroma van de Linde te vangen, is door er een siroop van de maken.

Nog een kruid wat bloeit , deze lange dagen met veel licht, is het Sint-janskruid. De gele bloemen hebben niet zo een overweldigende geur als die van de Linde, maar het is eveneens een geneeskrachtig kruid. Sint-janskruid werkt erg goed bij depressies veroorzaakt door lichtgebrek in de donkere tijd van het jaar.  De antidepressiva werking van Sint-janskruid wordt zelfs medisch erkent.  Het mag niet in combinatie met antidepressiva gebruikt worden.  Je kunt nu de bloemen plukken en drogen voor een oppeppende thee. Echter, capsules gemaakt van het kruid werken veel effectiever.  Erg zinvol om zelf te maken, is sint-janskruid olie. Hiervoor pluk je alleen de bloementjes en de nog dichte knoppen. Deze doe je in een fles met zonnebloemolie en laat  de fles 6 weken op een zonnige plek staan. Geregeld omschudden en luchten. De olie zal rood kleuren door een rode kleurstof, hypericine genaamd, die vrijkomt uit kleine blaasjes in de bloemen. Gebruik de olie om jichtplekken mee in te smeren, op brandwonden of na het zonnen, maar zorg dat je niet met een ingesmeerde plek in de zon komt vanwege de fototoxische werking.

Zo zie je, ook al zit het weer niet altijd helemaal mee, er is een hoop te genieten in de zomer.

vruchten plukken

Posted on by wiesbrok

Nu de langste dag voorbij is, zijn er steeds meer rijpe vruchten te vinden. Bessen, aardbeien, frambozen, moerbeien, kersen. Maar ook fruit met minder bekende namen zoals de loganbes, een kruising tussen braam en framboos en de jostabes, een kruising tussen zwarte bes en kruisbes.

Het is genieten om te zien waar de natuur allemaal in voorziet. Tijdens een boswandeling  kun je nu zomaar op een zonnig plekje een rode bessenstruik aantreffen, vol met allemaal sappige zoetzure vruchtjes. Een stukje verder staan bosaardbeitjes. Ze lijken net op aardbeien uit de winkel, maar dan veel kleiner en met veel meer smaak. Ook de bladeren en de bloemen van de bosaardbei lijken op die van de gewone aardbei.  Er is nog een plantaardige bosbewoner met rode vruchtjes, die sprekend op bosaardbeitjes lijken, de zogenaamde schijnaardbei. Nu is deze aardbei gelukkig niet giftig, maar de vruchtjes zijn tamelijk smakeloos en dus echt geen aanrader. Behalve aan de smaak van de vruchtjes, is de schijnaardbei te herkennen aan de volledig  gele bloementjes. Die van de bosaardbei hebben alleen een geel hartje, met witte kroonblaadjes eromheen.

Velen zijn geïnteresseerd in deze fruitigheden. Vogels en muizen, maar ook insecten en slakken. De vraag is dan ook altijd: Wie is er als eerste bij, wanneer een vrucht eindelijk helemaal rijp is? Sommige dieren zijn te klein om gelijk een hele vrucht naar binnen te werken, dus nemen alleen hapjes van het fruit. Anderen komen in een zwerm en eten samen gezellig een hele stuik  of boom leeg. Ook menig mens is verzot op fruit. Vers van de plant gegeten; verwerkt tot jam; op een taart; door een fruitige smootie. Fruit kan ook zo worden ingevroren om op een later moment van pas te komen. Veel vruchtdragende planten worden dus van een net voorzien, om het fruit te beschermen tegen dierlijke mededingers. Helaas raken dieren hierin makkelijk verstrikt.

Een diervriendelijkere manier om aan voldoende fruit te komen, is het fruit plukken voor het helemaal rijp is en dan een dagje laten narijpen op het aanrecht.  Sowieso is het een goed idee om fruit ruim op tijd te plukken. Met deze nattigheid  voorkom je zo enigszins dat het fruit gaat rotten. Bacteriën en schimmels zijn namelijk ook dol op rijp fruit en gedijen goed als het warm en vochtig is. Natuurlijk is het voor de dieren fijn, als er voor hen ook wat vruchten overblijven.

Slakkengang

Posted on by wiesbrok

Om hun snelheid staan ze niet bekend, toch weten ze in een hoog tempo jonge plantjes te verslinden. Het sterk smakende onkruid laten ze daarbij meestal staan. Zeker in regenachtige nachten slaan slakken graag hun slag. Op zonnige dagen verschuilen ze zich onder stenen en blaadjes, tot de omstandigheden wat gunstiger voor hen zijn.

Slakken bestaan er in allerlei soorten en maten. Huisjesslakken, naaktslakken, zoet- en zoutwaterslakken. Wat ze gemeen hebben is de behoefte aan een vochtige omgeving en hun weke tere lijfjes. Slakken behoren dan ook tot de weekdieren. Eigenlijk zijn het best nuttige diertjes. Ze werken heel wat tuinafval weg en maken hier fijne compost van. De watersoorten eten algen,  waardoor het water helder blijft. Slakken vormen een voedselbron voor diersoorten zoals egels, kikkers, loopeenden en kippen. Ook heel wat mensen hebben een maaltje slakken verorberd.

Sommige huisjesslakken worden in het wild wel 8 jaar oud. Ieder jaar groeit hun huisje een stukje. In de winter zoeken ze een beschut plekje en dichten ze hun huisje af. Voor de schade in de tuin zijn meestal naaktslakken verantwoordelijk. Deze worden zo’n 3 jaar oud. Slakken zijn hermafrodiet. Na een paring gaan beide slakken eitjes leggen, soms wel 2000 stuks. Een strenge winter doet veel slakken sneuvelen en ook hun eitjes.

Het zou natuurlijk fijn zijn als de slak voorbij glijdt aan de met zorg opgekweekte plantjes. Uiteraard is er voor dit doel allerlei gif op de markt, maar dat komt onze leefomgeving vaak niet ten goede. Gelukkig zijn er methoden beschikbaar die de slakkenpopulatie doen kelderen én vriendelijk zijn voor de rest van de tuin. Zo kan het aantrekken van bovengenoemde natuurlijke vijanden een groot verschil maken, al zal een kip waarschijnlijk niet om dat net uitgeplante pompoenplantje heenlopen.

Een slakkenval is eenvoudig te maken door bakjes bier in te graven, waarop slakken massaal afkomen en in verdrinken. Slakvriendelijker is het creëren van slakkenschuilplaatsen en deze iedere dag leeghalen. Ook zijn er verschillende barrières te maken die ze niet graag nemen, zoals een afgeknipte petfles om een jong plantje geplaatst. Een flinke ring van schelpenzand, houtas of koffiedrap rondom zaailingen werkt ook  slakkenwerend.

Het uitplanten van al wat grotere platen, helpt deze vaak om slakkenvraat te overleven. Natuurlijk kun je ook voor planten in je tuin kiezen, waar slakken helemaal niet van houden, zoals Oost-Indische kers, looksoorten en sterk aromatische kruiden. Houd graag de composthoop slakvriendelijk, dan kunnen ze daar hun gang gaan.

Flierefluiten

Posted on by wiesbrok

De Vlier speelt al lange tijd een rol in het leven van de mens. Oude geschriften berichten over de geneeskracht van deze struik; haren werden vroeger zwart geverfd met de bessen; bij prehistorische opgravingen is vlierzaad gevonden. In de plantenmythologie ontbreekt deze plant niet. Het werd in de middeleeuwen als teken van geluk gezien, wanneer vlakbij huis een Vlier ontsproot. Liefst aan de achterkant, waar vaak de keuken was. De Vlier zou demonen op afstand houden en het voedsel beschermen tegen bederf. Dit laatste komt waarschijnlijk door de sterke geur van de plant en dan vooral van de bloesem. Vliegen houden er niet van en zijn minder geneigd de keuken in te vliegen met een Vlier voor de deur. Vanzelfsprekend werd het omhakken van een Vlier gezien als het oproepen van onheil.

De Vlier is een plant die zich makkelijk uitzaait. Bovendien kunnen de struiken al snel enkele meters hoog worden. Menig Vlier zal dus ook voortijdig gesneuveld zijn, of dit nu onheil bracht of niet. Van de dikke holle stengels kun je fluitjes snijden. Het woord ‘flierenfluiten’ komt hiervandaan.

Naast een mythische plant is de Vlier een geneeskrachtige plant. Een aftreksel van de bloesem werkt zweetbevorderend, bovendien bevatten de bloemen en de bessen werkzame stoffen die de weerstand verhogen. Gebruik echter alleen de bloemen en de verhitte rijpe bessen, omdat de rest van de plant giftig is door de aanwezigheid van een blauwzuurverbinding.

Er zijn veel sIMG_1551[1]makelijke recepten met vlierbloesem. Bijvoorbeeld vlierbloesemsiroop. Als je in plaats daarvan snel en eenvoudig een heerlijk fris-zoet drankje wilt maken, voeg dan aan een kan met koud water enkele bloemschermen toe, met zo min mogelijk groene takjes, en laat even trekken. Weldadig op een warme lentedag. Een ander lekker recept is dat voor vlierbloesempannekoekjes. Je plukt een aantal vlierbloesemschermen en maakt een gewoon pannenkoekbeslag. Doe het beslag iets dikker dan gebruikelijk in de pan. Voor het gestold is, duw je een van de bloemschermen erin met de bloementjes naar beneden. Als de pannenkoek klaar is, kun je de bloemschermsteel er eenvoudig uittrekken en zullen de bloementjes in de pannenkoek achterblijven. Smullen maar.  Uitwendig is de vlierbloesem ook te gebruiken. Enkele handenvol bloemschermen, toegevoegd aan een bad, werken reinigend voor de huid.

Tip: laat een groot deel van de nu bloeiende schermen hangen, als straks de bessen komen is daar ook heel wat leuks mee te doen. Bovendien zijn veel vogels er dol op.